Als u getroffen bent door (beginnende) cataract, merkt u een vermindering van de gezichtsscherpte. Uw gezichtsvermogen wordt slechter, u ziet wazig en wordt verblind door fel licht. U bent niet meer tevreden over uw bril die u gedurende de voorbije maanden meerdere keren hebt vervangen.

Cataract treedt normaal op bij personen vanaf 65 jaar. Deze vertroebeling van de ooglens vermindert de hoeveelheid en kwaliteit van het licht dat binnenkomt in het oog om te kunnen zien. In het beginstadium van cataract merkt u niet dat u de aandoening heeft omdat de effecten op het gezichtsvermogen verwaarloosbaar of afwezig zijn. Als de vertroebeling van de lens ernstiger wordt, verergeren de symptomen en hebt u te maken met een aanzienlijke achteruitgang van het gezichtsvermogen, die zelfs blindheid tot gevolg kan hebben.

De ontwikkeling van cataract kan heel langzaam verlopen. Als u een progressieve vermindering van uw gezichtsvermogen merkt, kan een chirurgische ingreep voor cataract overwogen worden. Aangezien er geen vaste leeftijd voor de uitvoering bestaat en de beslissing om de ingreep te laten uitvoeren subjectief is, kan het moment van interventie variëren in functie van de patiënt. Wij raden aan om hierover te praten met uw oogarts.

Zoals bij elke chirurgische ingreep zijn er ook hier risico’s.  Ze zijn zelden ernstig maar u moet er zich toch van bewust zijn.

Risico’s bij elk type refractiechirurgie

Het gezichtsvermogen kan licht onscherp zijn op bepaalde afstanden en het occasioneel dragen van een bril kan nodig zijn.

Infectie: het risico is erg klein maar de gevolgen kunnen ernstig zijn (vermindering van het gezichtsvermogen).

Risico’s na de inplanting van een trifocale lens

Halo’s en verblinding: het zien van cirkels en banden rond lichtpunten; deze symptomen verdwijnen over het algemeen na enkele weken of maanden.

Er kan een verminderde contrastgevoeligheid en een gewijzigde kleurenwaarneming optreden.

De ingreep wordt gewoonlijk uitgevoerd onder plaatselijke verdoving en is kort en pijnloos.

Zoals na elke ingreep kunnen bijwerkingen optreden. Met de intraoculaire trifocale lenzen is het mogelijk dat uw gezichtsvermogen iets minder scherp wordt bij slecht zicht, bv. weinig verlichting of mist. In dat geval kunt u halo’s zien en verblind worden door de nachtverlichting, hetgeen vaker optreedt dan bij een intraoculaire monofocale lens. Die bijwerkingen verdwijnen over het algemeen na een aanpassingsperiode.

Ongeacht de ingeplante lens wordt het welslagen van de chirurgische ingreep beïnvloed door uw positieve houding en uw realistische verwachtingen waardoor uw gezichtsvermogen zich ook sneller zal aanpassen aan de nieuwe visuele omstandigheden.  Die aanpassingsperiode kan enkele weken duren. Dat is relatief kort in vergelijking met het effect op lange termijn dat ervoor zorgt dat u zonder bril zal kunnen zien.

Erfelijkheid of aangeboren afwijkingen kunnen het vroegtijdige optreden van cataract veroorzaken.